meteen contact

neem meteen contact op voor een oriënterend gesprek

Dinmed
Waterscheerling 31
3824 GA Amersfoort
Tel. 06-53351963
KvK: 59264268
BTW nr: NL.001953192.B.73

Email:

info@dinmed.nl

Belastingen

Gedeelde smart en gedeelde vreugd

Bij de alom bekende VAR – Verklaring Arbeidsrelatie – ligt de verantwoordelijkheid bij de opdrachtnemer. annex zzp’er / ondernemer. Staatssecretaris van Financiën Wiebes heeft nu een wetsvoorstel ingediend, waarbij die verantwoordelijkheid gedeeld wordt. Die nieuwe VAR heet BGL (Beschikking Geen Loonheffing).
Smart en vreugde worden nu gedeeld door opdrachtgever, opdrachtgever, Belastingdienst en de Rijksoverheid.

Voordelen voor de Belastingdienst

VAR.briefhoofd
De BGL moet voordelen hebben voor de Belastingdienst. Anders kwam de overheid niet met een wijziging van de huidige VAR-regeling.
Die voordelen liggen met name op het terrein van de vereenvoudiging van de controle. Dankzij deze efficiencyslag zal de Belastingdienst de komende jaren absoluut (financiële) winst boeken.
De vereenvoudiging wordt bereikt door een deel van de controle bij de opdrachtgever te leggen. Via een vragenlijst, die door beide partijen – opdrachtgever èn opdrachtnemer – wordt ingediend, wordt bepaald in hoeverre voor een specifieke opdracht een verplichting tot loonheffing bestaat. Is er – om in de oude terminologie te blijven – géén arbeidsrelatie, dan wordt een BGL afgegeven.
Het proces wordt daardoor (in elk geval voor de fiscus) verder geautomatiseerd. De verantwoordelijkheid wordt bij de Belastingdienst weggehaald en gelegd waar het – volgens de wetgever – hoort, namelijk decentraal bij de partijen in de overeenkomst.

Voordelen voor de zzp’er

De zzp’er heeft bij de VAR altijd duidelijkheid over zijn positie t.o.v. de opdrachtgever. Bij een VAR-wuo is er standaard ‘geen sprake van een arbeidsrelatie’. Echter, achteraf wordt beoordeeld of de VAR terecht is toegekend. Dit kan zowel voor de zzp’er als voor de opdrachtgever vervelende consequenties hebben. Voor schijnzelfstandigen is dit dan ook slechts een schijnzekerheid.
Door de gedeelde verantwoordelijkheid biedt de BGL nieuwe kansen voor de zzp’er. Immers, het komt niet langer enkel aan op zijn of haar kennis en inschattingen. De opdrachtgever is nu niet alleen een sparringpartner, maar ook een medeverantwoordelijke. Veel zzp’ers hebben nu eenmaal onvoldoende feeling met fiscale en aanverwante aspecten van het ondernemen.
Een goede (belasting)adviseur kan overigens – ook in het kader van de BGL – altijd uitkomst bieden.

De aanvraag in praktijk

De Belastingdienst ontwikkelt een speciale webmodule voor de aanvraag van de BGL. In afwachting daarvan blijft de VAR over 2014 langere tijd geldig.
In de webmodule vult de zzp’er een aantal vragen in. De antwoorden leiden automatisch tot een overzicht van de afspraken in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer / zzp’er.
Omdat de opdrachtgever hiermee expliciet akkoord moet gaan, wordt de verantwoordelijkheid gedeeld en – vanuit de huidige situatie gezien – gedelegeerd naar deze partijen in de overeenkomst. De Belastingdienst heeft nog slechts de taak om de juiste toepassing van de systematiek te ‘handhaven’.

Discussie in top van besluitvorming

Het kabinet kiest onmiskenbaar voor de nieuwe methode van de BGL. De Raad van State is echter nog niet overtuigd. Het nu aan de Tweede Kamer voorgelegde wetsvoorstel is m.a.w. nog niet definitief.
De uitkomst – en daarmee ook de ingangsdatum – is nog allerminst zeker. De plannen zijn bekend, maar de realisatie ligt nog open. Kortom: “Wordt vervolgd!”.

ricardoRicardo Dinmohamed
info@dinmed.nl
tel. 06-53 35 19 63


Eens in de zoveel jaar staat de inkomstenbelasting ter discussie. Na wijzigingen in 1964 en in 2001 is al weer enige tijd de discussie aan de gang over de noodzaak tot een wijziging van deze heffing naar draagkracht.

Inkomstenbelasting raakt u!

De inkomstenbelasting is een van onze belangrijkste belastingwetten. Niet zozeer omdat het de staat het meeste geld oplevert, maar omdat hierin onze uitgangspunten en beginselen het meest naar voren komen. In harde euro’s leveren de loonbelasting en omzetbelasting de staat meer op. In de inkomstenbelasting staat de draagkrachtgedachte centraal.

In Het Financieel Dagblad van 29 juli 2014 laten bekende belastingdeskundigen zich uit over welke wijzigingen zij doorgevoerd willen zien. Hierin lees ik, dat het er niet meer om gaat of maar om hoe de inkomstenbelasting wordt aangepast (lees: aangepakt).

Ik schrijf hierover, omdat het voor u, als u niet in de wereld van ‘haute finance’ leeft, geen ver-van-mijn-beddiscussie is. U zult zeer zeker de gevolgen ondervinden van de komende wijzigingen. Om niet een gevoel van onmacht of onbehagen te laten bestaan, attendeer ik nu al op de verwachte wijzigingen.

Hypotheekrenteaftrek en meer

Belastingdienst
De inkomstenbelasting, zoals we die vandaag kennen, kent drie ‘boxen’: 1. werk en woning, 2. aanmerkelijk belang en 3. sparen en beleggen. Ik voorzie niet dat dit systeem na veertien of vijftien jaar al op de helling gaat. Enkele pijnpunten hierin zullen wel fundamenteel ter discussie gesteld worden, met als belangrijkste onderwerp de eigen woning.

De hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning is de grootste aftrekpost en kostenpost voor de staat. De hypotheekrente is al jaren aan beperking onderhevig. De renteaftrek zal de komende jaren worden beperkt tot bijv. 38%, in plaats van wat nu theoretisch mogelijk is 52%. Voor belastingbetalers die gemiddeld 42% belasting betalen – en dat zijn er veel – zal de beperking dus effect gaan hebben.
Daarnaast zijn er wildere plannen onder geleerden, waarbij de eigen woning verplaatst wordt van box 1 naar box 3. In box 3 is sprake van een heffing (en aftrek) van per saldo 30%. Dit laatste is niet onwaarschijnlijk.
Veel belastingadviseurs begrijpen de nieuwste wetswijzigingen rond de aftrek ook niet meer. Het gezucht en gesteun tijdens de bijeenkomsten voor permanente educatie is niet van de lucht. Het gevolg is dat een juiste aangifte in de toekomst steeds moeilijker wordt.

Vermogen

Wat de deskundigen niet willen aanpassen of aanpakken is de vraag of vermogen zwaarder moet worden belast. In box 3 is het tarief 30%. Dit wordt berekend over een verondersteld rendement van 4%. Er is angst voor de mogelijke ontwijkingsmogelijkheden.

Toeslagen

belastingwet
Het doel van belastingwetten is om geld binnen te halen voor de schatkist. Hoewel ik het in dit artikel over de inkomstenbelasting heb, maak ik voor een goed begrip toch een uitstap naar andere wetten.
De afgelopen jaren zijn vele regelingen uit de inkomstenbelasting gehaald om de inkomstenbelasting eenvoudiger en robuuster te maken. Dit gaat echter ten koste van de draagkracht. De toeslagen zijn in het leven geroepen, omdat de prijs voor een bepaalde dienst te hoog is. Dit geld is niet bestemd voor de belastingplichtige zelf, maar voor degene die de dienst verleent. Het is vanuit maatschappelijk oogpunt gewenst dat deze dienst verleend blijft worden.
Mijn stelling is, dat toeslagen nu in principe een rondpompen van geld vormen. Nu lopen we het risico dat de genieters van de toeslagen slachtoffer van een bezuinigingsdrang van de overheid worden. Een principiële discussie over de beginselen – met name het draagkrachtbeginsel – ontbreekt.

Omzetbelasting

Eveneens verbonden met de discussie over de inkomstenbelasting, is de discussie over de omzetbelasting. De twee voornaamste tarieven in de omzetbelasting zijn 6% en 21%. Het lage tarief voor onder meer de eerste levensbehoeften, het hoge tarief voor andere leveringen en diensten. Nu zijn de plannen om één tarief te gaan hanteren, bijvoorbeeld een tarief van 18% (terwijl het hoge tarief zo’n twee jaar geleden nog 19% was). Voor de omzetbelasting is de eenvoudigere uitvoering een belangrijke overweging.
De omzetbelasting is niet zoals de inkomstenbelasting een belasting naar draagkracht, maar belast de consumptie. De al dan niet draagkrachtige consument betaalt uiteindelijk bij zijn aankoop deze belasting.

Conclusie

We zijn in een discussie beland, die in een stroomversnelling kan komen. Net zoals vele trends zullen de veranderingen ook steeds sneller gaan. Hier speelt voor de groepen die in geding zijn: laat je stem horen. Dat hoeft niet de stembusuitslag te zijn, maar kan ook de stem via de belangenbehartiger of adviseur zijn.

Kort gezegd kan een adviseur je met betrekking tot de plannen rond de eigen woning het volgende adviseren: los zoveel mogelijk en zo snel mogelijk de hypotheek af. Maar met betrekking tot de toeslagen en de omzetbelasting: maak zo weinig mogelijk gebruik van maatschappelijk nuttige diensten en consumeer nu het nog betaalbaar kan? Later gaat het meer geld kosten. Maar ja, hamsteren helpt niet.

ricardoRicardo Dinmohamed
info@dinmed.nl
tel. 06-53 35 19 63

Aankondiging

In een volgend blog ga ik in op de vraag of de aangifte inkomstenbelasting voor particulieren over een paar jaar nog bestaat.