meteen contact

neem meteen contact op voor een oriënterend gesprek

Dinmed
Waterscheerling 31
3824 GA Amersfoort
Tel. 06-53351963
KvK: 59264268
BTW nr: NL.001953192.B.73

Email:

info@dinmed.nl

Redactie Forum FD  •  16 nov

Per 1 januari 2022 zijn studiekosten en andere scholingsuitgaven in de zin van artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet meer aftrekbaar. In plaats daarvan komt de subsidieregeling STAP-budget voor werkenden en werkzoekenden. Studiekosten aangeven als bedrijfskosten in de onderneming blijft, onder voorwaarden, wel mogelijk. 

Studiekosten die een ondernemer maakt om zijn kennis te onderhouden voor het doel van de onderneming kan je aanmerken als zakelijke kosten. Deze kosten zijn daarom aftrekbaar van de winst als bedrijfskosten.

Kosten voor een studie die bedoeld is voor nieuwe kennisvergaring (zoals een opleiding met diploma en begeleiding) zijn echter geen zakelijke kosten. Dit zijn gewone studiekosten die voor de inkomstenbelasting in principe aftrekbaar waren. Deze studiekosten komen daarom vanaf 1 januari 2022 niet meer voor aftrek in aanmerking. 

Met vriendelijke groet,

Redactie Forum Fiscaal Dienstverleners

Accountancy, Nieuws

20 augustus 2019 door Accountancy Vanmorgen

Ruim de helft van de ondernemers in Nederland vraagt geen advies bij vraagstukken rondom hun onderneming, blijkt uit onderzoek van de Kamer van Koophandel en onderzoekbureau MWM2.

Bijna 90% van de ondernemers loopt rond met vraagstukken en 70% heeft er twee of meer. De grootste vraag is: ‘Hoe kom ik aan klanten?’ MKB’ers hebben vooral vragen over bedrijfsoverdracht en het vinden van goed personeel. ‘Daarnaast lopen ondernemers rond met vragen over het inzetten van social media, het vinden van relevante informatie over wet- en regelgeving en hoe je als ondernemer moet omgaan met aansprakelijkheid.’

Vragen leveren stress op

De meerderheid (52%) neemt zich voor in de toekomst eerder hulp te vragen, maar schuift het voor zich uit, denkt het zelf op te moeten kunnen lossen of is te druk. Een grote groep van 38% zegt niet goed te weten waar ze terecht kunnen met inhoudelijke vragen rondom hun onderneming. Ruim 40% geeft aan dat het rond blijven lopen met vragen serieuze impact heeft. Belangrijke problemen zijn dat kansen blijven liggen (43%), groei stagneert (41%) en de ondernemer zelf stress of lichamelijke klachten heeft (26%).

Adviesnummer

De KvK heeft naar aanleiding van het onderzoek een landelijk adviesnummer geopend voor ondernemersvragen. ‘We hebben een schat aan informatie en deskundige adviseurs om ondernemend Nederland te helpen groeien, maar we merken dat ondernemers niet snel zelf aan de bel trekken.’ Vragen en antwoorden worden op de KvK-site en op social media gepubliceerd.

Deze 3 wetten gaan begin volgend jaar in. Jij kunt je hier als zzp’er alvast in verdiepen en waar mogelijk op voorbereiden.

1. Eenmanszaken krijgen nieuw btw-nummer

Voor 1 januari 2020 krijgen ruim 1 miljoen eenmanszaken een nieuw btw-identificatienummer van de Belastingdienst. Dit nieuwe nummer is niet meer gekoppeld aan het BSN-nummer (burgerservicenummer). Dit levert minder identiteitsfraude en meer privacybescherming op. Als tussenoplossing mag je als zzp’er of eenmanszaak nu al stoppen met het vermelden van het btw-identificatienummer op je website of bij je webshop.

2. Kleineondernemersregeling (KOR) verandert

De kleineondernemersregeling (KOR) gaat op de schop. Je krijgt nu btw-vrijstelling of vermindering als je per jaar minder dan 1883 euro aan btw betaalt. In de nieuwe regeling is je totale omzet bepalend of je gebruik kunt maken van de KOR. Heb je straks een omzet van maximaal 20.000 euro binnen Nederland? En wil je vanaf 1 januari 2020 gebruikmaken van de regeling? Meld je dan vanaf 1 juni 2019 aan via de website van de Belastingdienst. Zorg dat je aanmelding voor 20 november 2019 binnen is.

3. Personenvennootschappen gemoderniseerd

Wanneer je als zzp’er ook samenwerkt in een vof, maatschap of cv (dus personenvennootschap), krijg je per 1 januari 2021 te maken met ingrijpende veranderingen. Het verschil tussen de vof en maatschap verdwijnt en daar komt 1 vorm voor terug. De wijziging heeft vooral gevolgen voor de aansprakelijkheid. Bij de cv krijgt de stille vennoot meer bevoegdheden. Door de regels te vereenvoudigen moet samenwerken aantrekkelijker worden.

De Belastingdienst worstelt in de nieuwe economie met het onderscheid tussen ondernemerschap en hobbyisme. Dat blijkt uit een verkenning die de NOS heeft uitgevoerd op basis van documenten die zij via een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur in handen heeft gekregen. Het Expertisecentrum Handhaving en Intelligence (EHI) legt in een intern memo de vinger op de zere plek. “Bij welk aantal is de hobbyist die fietsen opknapt en verkoopt via Marktplaats nog steeds hobbyist en bij welk aantal wordt hij ondernemer? En moet de thuiskok die vier keer per jaar zijn woonkeuken openstelt als thuisrestaurant als ondernemer worden gezien? En wat als dit niet vier keer maar 24 keer is?”

Of iemand ondernemer is of hobbyist, bepaalt hoeveel belasting hij of zij moet betalen.

Lees ook:

interneteconomie-deeleconomie

Een kwartaal na de lancering van de nieuwe Wet DBA als vervanging van de VAR blijkt de toetsing van zzp-contracten een bloedbad te zijn, constateert MKB Belangen.
Slechts een zeer klein aantal (17 procent) van alle ingediende contracten is goedgekeurd. Een groot aantal procedures is tussentijds afgebroken en meer dan de helft is nog in behandeling.
De Belastingdienst belooft binnen zes weken een oordeel te geven, maar de daadwerkelijke doorlooptijd is volgens zijn eigen gegevens liefst elf weken.
Dit alles blijkt uit gegevens die MKB Belangen middels een Wob-verzoek van de Belastingdienst verkregen heeft. In een eerder onderzoek dat MKB Belangen zelf uitvoerde onder enkele duizenden zzp’ers, bleek ongeveer de helft te vrezen niet door de toetsing te komen. Deze angst blijkt dus terecht.

(bron: MKB Belangen) voor meer:
https://www.mkbbelangen.nl/nieuws/vragen-beantwoord-over-de-nieuwe-wet-dba-wet-deregulering-beoordeling-arbeidsrelatie

14 oktober 2015

Vandaag start de Belastingdienst de campagne ‘Vaarwel blauwe envelop’.

De Belastingdienst gaat namelijk steeds meer post digitaal versturen. De blauwe envelop, die dit jaar zijn 100e verjaardag viert, verdwijnt daarmee stap voor stap.
Het afscheid gaat geleidelijk. En er is een gewenningsperiode.

Het gaat hier niet over hogere of lagere tarieven maar over een toekomstige verandering in de wijze van communiceren met de Belastingdienst. In belastingzaken is de richting van het digitaal berichtenverkeer primair van de belastingplichtige naar de Belastingdienst. Op termijn gaat het digitale berichtenverkeer ook van de Belastingdienst naar de belastingplichtige plaatsvinden. Om dit sneller in gang te zetten is een wet aangenomen hoe dit de toekomst gaat plaatsvinden. Het contact vindt meer en meer digitaal plaats *1). Veel van deze regels gaan al vanaf 1 januari 2016 gelden.

Door deze wet is er nu een juridische basis voor het electronisch berichtenverkeer (hierna: ebv). Momenteel is er de portal/website “MijnOverheid”, die een berichtenbox heeft *2). In de toekomst wordt het gebruik van sites als “MijnBelastingdienst” en “MijnToeslagen” verplicht *3).

Door het ebv worden bepaalde werkzaamheden voor de Belastingdienst veel minder belastend. De rol van de BelastingTelefoon gaat bijvoorbeeld veranderen. De BelastingTelefoon beantwoordt nu met name veel statusvragen. In de toekomst ziet men zelf via de persoonlijke pagina het antwoord op die vragen. Het lijkt hierdoor of de Belastingdienst voornamelijk veel routinehandelingen voor het digitale verkeer reserveert. Uiteindelijk wil de Belastingdienst zich gaan concentreren op controle en toezicht. Naar mijn mening is de burger gebaat bij een zorgvuldige begeleiding, zowel bij het ebv als bij controle en toezicht.

Wat is die berichtenbox nu eigenlijk? Het is een, voor iedere burger, persoonlijke beveiligde electronische postbus bij de overheid. De berichtenbox is een onderdeel van MijnOverheid. In principe beschikt iedereen ouder dan 14 jaar over een MijnOverheid-account, inlogbaar met DigiD. Hij/zij moet dit zelf personaliseren. Via de berichtenbox komen nu al de toeslagbeschikkingen binnen en kan de wijziging van uw rekeningnummer worden doorgegeven.

De overheid past voor het tempo van het ebv een ingroeischema toe. Het tempo hiervan is afhankelijk van de beschikbaarheid en capaciteit van de berichtenbox. De regering wil een ingroeiperiode van een jaar hanteren voor iedere berichtenstroom. Vanaf 1 januari 2016 zijn verplicht:
– De brief van melding voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting (vanaf 2016 uitsluitend digitaal verzonden).
– De brief van melding voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting IB-winst en VpB.
– De Verklaring Arbeids Relatie (VAR; of diens opvolger).
– De voorlopige aanslag IB niet-winst.
– De definitieve aanslag IB niet-winst.

Groepen worden alleen uitgezonderd als technische voorzieningen er nog niet gereed voor zijn. In situaties waarbij sprake is van wettelijke vertegenwoordiging (curatele) is ebv bijvoorbeeld nog niet mogelijk.

De overheid streeft naar een zo groot mogelijke zelfredzaamheid bij de burger. Een burger is zelfredzaam als hij zelf om hulp vraagt of deze organiseert.
De overheid wil digitaal minder vaardigen niet uitsluiten. Zij wil deze groepen ondersteunen in het nakomen van hun verplichtingen of geldend maken van hun aanspraken. Laaggeletterden en ouderen krijgen hulp in de vorm van hulp bij aangifte (huba, maatschappelijke intermediairs).
De overheid maakt hiervoor het volgende onderscheid:

– De niet-kunners: deze groep kan gebruik maken van hulp bij aangifte (huba) of maatschappelijke intermediairs.
– De niet-mogers: dit betreft wettelijke vertegenwoordigingssituaties. Zoals hierboven aangegeven zijn de wettelijke en technische mogelijkheden nog niet aanwezig.
– De niet-willers: deze groep kan gebruik maken van commerciële intermediairs.

Naast het beroep op de zelfredzaamheid probeert de overheid bepaalde factoren weg te nemen die een succesvolle invoering van ebv in de weg staan. Zij wijst hier op de factoren:
– Verminderen van uitstelgedrag.
– Creëren van gewoonte.
– Kweken van verantwoordelijkheidsgevoel.
– Voorkomen verwarring met andere sites van de overheid
– Benadering via andere digitale media (mobiel, tablet).

Hiervoor heb ik al aangestipt dat de burger niet volledig ontzorgd wordt door de Belastingdienst maar toch nog ondersteuning kan gebruiken op fiscaal terrein. Het gaat niet alleen om de routinematige handelingen die bij het ebv plaatsvinden. Wanneer wordt de focus van de Belastingdienst gesteld op controle- en toezichthandelingen?

De vraag wanneer de rechtsbescherming begint te lopen is van belang in het geval van ebv.
In de Awb *4) geldt als tijdstip van verzending het moment waarop het bericht een systeem voor gegevensbewerking heeft bereikt, waarvoor de Belastingdienst geen verantwoordelijkheid draagt.
De Belastingdienst is niet de beheerder van de berichtenbox. Het is de Belastingdienst niet bekend of een burger het bericht leest.
De berichtenbox wordt op dit moment niet geschoond. Het blijft wel de verantwoordelijkheid van de burger om berichten te bewaren en backups te maken.

De overheid stelt dat het bezorgmoment in de berichtenbox het moment van bekendmaking van het bericht is. Vanuit het veld is gewezen op de vertraging die kan ontstaan door storingen. De beroepsorganisatie van belastingadviseurs (RB) wil een later moment creëren als moment van bekendmaking, nl. de notificatie (per mail) dat een bericht klaarligt in de berichtenbox. Desondanks stelt de overheid dat het de verantwoordelijkheid is van de burger om regelmatig zijn berichtenbox te controleren.

De Belastingdienst gaat op termijn ook definitieve aanslagen via ebv versturen. Dit vind ik belangrijk en risicovol. Als je niet weet dat de aanslag is verzonden, kun je niet tijdig bezwaar en beroep aantekenen. Daarbij komt dat in de verdere toekomst we ook digitaal bezwaar en beroep gaan instellen. Hier wordt een alerte houding van de adviseur gevraagd.

Voor wat betreft de invordering van belastingschulden, denk hierbij aan het betekenen van dwangbevelen. Dit zal op de papieren wijze blijven plaatsvinden.

Eigenlijk is de weg met deze wet maar een tussenstap, De overheid is met een veel groter project bezig, een Wet Digitale Overheid. Deze wordt in 2017 in de steigers gezet. Het doel is om met behulp van digitalisering de burger in staat te stellen om in dit geval met de Belastingdienst te communiceren en handelen, zoals zij omgaat met private partijen. Als burger en belastingplichtige sta je er in het digitale tijdperk niet alleen voor. Dit betekent dat een adviseur haast net zoveel van je af moet weten als de overheid al van je weet. De communicatie tussen de adviseur en de burger/belastingplichtige zal dan net zo transparant moeten verlopen.

Ricardo Dinmohamed, september 2015

voetnoten

*1) de wet laat zich ook uit over de technische uitwerking, beveiliging, authenticatie, etc. In het kader van deze blog ga ik hier niet op in.

*2) MijnOverheid is de persoonlijke website voor overheidszaken. Hier ziet u hoe u geregistreerd bent bij de overheid, berichten van de overheid ontvangt en overzicht houdt over uw zaken met de overheid.

*3) Hieronder de tekst van de portal MijnBelastingdienst (zie https://mijn.belastingdienst.nl/mbd-pmb/help.htm)
Mijn Belastingdienst is uw persoonlijke pagina bij de Belastingdienst. U ziet hier welke gegevens bij ons bekend zijn. De volgende belastingzaken kunt u regelen via Mijn Belastingdienst:
– aangifte inkomstenbelasting 2013 en 2014 doen
– voorlopige aanslag 2015 aanvragen of wijzigen
– uitstel voor uw aangifte inkomstenbelasting aanvragen (dit kan tot 1 mei)
– uw rekeningnummer voor de inkomstenbelasting wijzigen
In de toekomst kunt u steeds meer belastingzaken regelen met Mijn Belastingdienst.
Veilig aangifte doen
Aan het slotje, links in uw adresbalk of rechtsonder in uw browser, kunt u controleren of u in de beveiligde omgeving zit van Mijn Belastingdienst. Gebruik uw DigiD om uw aangifte veilig te versturen. Daarnaast begint het webadres met https, waarbij de ‘s’ staat voor ‘secure’, wat veilig betekent.
DigiD
DigiD staat voor digitale identiteit. DigiD is een strikt persoonlijke combinatie van een gebruikersnaam en een wachtwoord. U gebruikt uw DigiD om elektronische diensten van overheidsinstellingen te regelen.
Meer informatie
Wilt u meer weten over DigiD of hebt u problemen met uw DigiD? Kijk dan op www.digid.nl.

*4) Algemene wet bestuursrecht: de wet die eisen stelt aan handelingen van bestuursorganen, waaronder begrepen de Belastingdienst (van belang hierbij is art. 2:17).

Gedeelde smart en gedeelde vreugd

Bij de alom bekende VAR – Verklaring Arbeidsrelatie – ligt de verantwoordelijkheid bij de opdrachtnemer. annex zzp’er / ondernemer. Staatssecretaris van Financiën Wiebes heeft nu een wetsvoorstel ingediend, waarbij die verantwoordelijkheid gedeeld wordt. Die nieuwe VAR heet BGL (Beschikking Geen Loonheffing).
Smart en vreugde worden nu gedeeld door opdrachtgever, opdrachtgever, Belastingdienst en de Rijksoverheid.

Voordelen voor de Belastingdienst

VAR.briefhoofd
De BGL moet voordelen hebben voor de Belastingdienst. Anders kwam de overheid niet met een wijziging van de huidige VAR-regeling.
Die voordelen liggen met name op het terrein van de vereenvoudiging van de controle. Dankzij deze efficiencyslag zal de Belastingdienst de komende jaren absoluut (financiële) winst boeken.
De vereenvoudiging wordt bereikt door een deel van de controle bij de opdrachtgever te leggen. Via een vragenlijst, die door beide partijen – opdrachtgever èn opdrachtnemer – wordt ingediend, wordt bepaald in hoeverre voor een specifieke opdracht een verplichting tot loonheffing bestaat. Is er – om in de oude terminologie te blijven – géén arbeidsrelatie, dan wordt een BGL afgegeven.
Het proces wordt daardoor (in elk geval voor de fiscus) verder geautomatiseerd. De verantwoordelijkheid wordt bij de Belastingdienst weggehaald en gelegd waar het – volgens de wetgever – hoort, namelijk decentraal bij de partijen in de overeenkomst.

Voordelen voor de zzp’er

De zzp’er heeft bij de VAR altijd duidelijkheid over zijn positie t.o.v. de opdrachtgever. Bij een VAR-wuo is er standaard ‘geen sprake van een arbeidsrelatie’. Echter, achteraf wordt beoordeeld of de VAR terecht is toegekend. Dit kan zowel voor de zzp’er als voor de opdrachtgever vervelende consequenties hebben. Voor schijnzelfstandigen is dit dan ook slechts een schijnzekerheid.
Door de gedeelde verantwoordelijkheid biedt de BGL nieuwe kansen voor de zzp’er. Immers, het komt niet langer enkel aan op zijn of haar kennis en inschattingen. De opdrachtgever is nu niet alleen een sparringpartner, maar ook een medeverantwoordelijke. Veel zzp’ers hebben nu eenmaal onvoldoende feeling met fiscale en aanverwante aspecten van het ondernemen.
Een goede (belasting)adviseur kan overigens – ook in het kader van de BGL – altijd uitkomst bieden.

De aanvraag in praktijk

De Belastingdienst ontwikkelt een speciale webmodule voor de aanvraag van de BGL. In afwachting daarvan blijft de VAR over 2014 langere tijd geldig.
In de webmodule vult de zzp’er een aantal vragen in. De antwoorden leiden automatisch tot een overzicht van de afspraken in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer / zzp’er.
Omdat de opdrachtgever hiermee expliciet akkoord moet gaan, wordt de verantwoordelijkheid gedeeld en – vanuit de huidige situatie gezien – gedelegeerd naar deze partijen in de overeenkomst. De Belastingdienst heeft nog slechts de taak om de juiste toepassing van de systematiek te ‘handhaven’.

Discussie in top van besluitvorming

Het kabinet kiest onmiskenbaar voor de nieuwe methode van de BGL. De Raad van State is echter nog niet overtuigd. Het nu aan de Tweede Kamer voorgelegde wetsvoorstel is m.a.w. nog niet definitief.
De uitkomst – en daarmee ook de ingangsdatum – is nog allerminst zeker. De plannen zijn bekend, maar de realisatie ligt nog open. Kortom: “Wordt vervolgd!”.

ricardoRicardo Dinmohamed
info@dinmed.nl
tel. 06-53 35 19 63


Eens in de zoveel jaar staat de inkomstenbelasting ter discussie. Na wijzigingen in 1964 en in 2001 is al weer enige tijd de discussie aan de gang over de noodzaak tot een wijziging van deze heffing naar draagkracht.

Inkomstenbelasting raakt u!

De inkomstenbelasting is een van onze belangrijkste belastingwetten. Niet zozeer omdat het de staat het meeste geld oplevert, maar omdat hierin onze uitgangspunten en beginselen het meest naar voren komen. In harde euro’s leveren de loonbelasting en omzetbelasting de staat meer op. In de inkomstenbelasting staat de draagkrachtgedachte centraal.

In Het Financieel Dagblad van 29 juli 2014 laten bekende belastingdeskundigen zich uit over welke wijzigingen zij doorgevoerd willen zien. Hierin lees ik, dat het er niet meer om gaat of maar om hoe de inkomstenbelasting wordt aangepast (lees: aangepakt).

Ik schrijf hierover, omdat het voor u, als u niet in de wereld van ‘haute finance’ leeft, geen ver-van-mijn-beddiscussie is. U zult zeer zeker de gevolgen ondervinden van de komende wijzigingen. Om niet een gevoel van onmacht of onbehagen te laten bestaan, attendeer ik nu al op de verwachte wijzigingen.

Hypotheekrenteaftrek en meer

Belastingdienst
De inkomstenbelasting, zoals we die vandaag kennen, kent drie ‘boxen’: 1. werk en woning, 2. aanmerkelijk belang en 3. sparen en beleggen. Ik voorzie niet dat dit systeem na veertien of vijftien jaar al op de helling gaat. Enkele pijnpunten hierin zullen wel fundamenteel ter discussie gesteld worden, met als belangrijkste onderwerp de eigen woning.

De hypotheekrenteaftrek voor de eigen woning is de grootste aftrekpost en kostenpost voor de staat. De hypotheekrente is al jaren aan beperking onderhevig. De renteaftrek zal de komende jaren worden beperkt tot bijv. 38%, in plaats van wat nu theoretisch mogelijk is 52%. Voor belastingbetalers die gemiddeld 42% belasting betalen – en dat zijn er veel – zal de beperking dus effect gaan hebben.
Daarnaast zijn er wildere plannen onder geleerden, waarbij de eigen woning verplaatst wordt van box 1 naar box 3. In box 3 is sprake van een heffing (en aftrek) van per saldo 30%. Dit laatste is niet onwaarschijnlijk.
Veel belastingadviseurs begrijpen de nieuwste wetswijzigingen rond de aftrek ook niet meer. Het gezucht en gesteun tijdens de bijeenkomsten voor permanente educatie is niet van de lucht. Het gevolg is dat een juiste aangifte in de toekomst steeds moeilijker wordt.

Vermogen

Wat de deskundigen niet willen aanpassen of aanpakken is de vraag of vermogen zwaarder moet worden belast. In box 3 is het tarief 30%. Dit wordt berekend over een verondersteld rendement van 4%. Er is angst voor de mogelijke ontwijkingsmogelijkheden.

Toeslagen

belastingwet
Het doel van belastingwetten is om geld binnen te halen voor de schatkist. Hoewel ik het in dit artikel over de inkomstenbelasting heb, maak ik voor een goed begrip toch een uitstap naar andere wetten.
De afgelopen jaren zijn vele regelingen uit de inkomstenbelasting gehaald om de inkomstenbelasting eenvoudiger en robuuster te maken. Dit gaat echter ten koste van de draagkracht. De toeslagen zijn in het leven geroepen, omdat de prijs voor een bepaalde dienst te hoog is. Dit geld is niet bestemd voor de belastingplichtige zelf, maar voor degene die de dienst verleent. Het is vanuit maatschappelijk oogpunt gewenst dat deze dienst verleend blijft worden.
Mijn stelling is, dat toeslagen nu in principe een rondpompen van geld vormen. Nu lopen we het risico dat de genieters van de toeslagen slachtoffer van een bezuinigingsdrang van de overheid worden. Een principiële discussie over de beginselen – met name het draagkrachtbeginsel – ontbreekt.

Omzetbelasting

Eveneens verbonden met de discussie over de inkomstenbelasting, is de discussie over de omzetbelasting. De twee voornaamste tarieven in de omzetbelasting zijn 6% en 21%. Het lage tarief voor onder meer de eerste levensbehoeften, het hoge tarief voor andere leveringen en diensten. Nu zijn de plannen om één tarief te gaan hanteren, bijvoorbeeld een tarief van 18% (terwijl het hoge tarief zo’n twee jaar geleden nog 19% was). Voor de omzetbelasting is de eenvoudigere uitvoering een belangrijke overweging.
De omzetbelasting is niet zoals de inkomstenbelasting een belasting naar draagkracht, maar belast de consumptie. De al dan niet draagkrachtige consument betaalt uiteindelijk bij zijn aankoop deze belasting.

Conclusie

We zijn in een discussie beland, die in een stroomversnelling kan komen. Net zoals vele trends zullen de veranderingen ook steeds sneller gaan. Hier speelt voor de groepen die in geding zijn: laat je stem horen. Dat hoeft niet de stembusuitslag te zijn, maar kan ook de stem via de belangenbehartiger of adviseur zijn.

Kort gezegd kan een adviseur je met betrekking tot de plannen rond de eigen woning het volgende adviseren: los zoveel mogelijk en zo snel mogelijk de hypotheek af. Maar met betrekking tot de toeslagen en de omzetbelasting: maak zo weinig mogelijk gebruik van maatschappelijk nuttige diensten en consumeer nu het nog betaalbaar kan? Later gaat het meer geld kosten. Maar ja, hamsteren helpt niet.

ricardoRicardo Dinmohamed
info@dinmed.nl
tel. 06-53 35 19 63

Aankondiging

In een volgend blog ga ik in op de vraag of de aangifte inkomstenbelasting voor particulieren over een paar jaar nog bestaat.